Er was eens… in een niet zo ver verleden
Nee, ik ga je geen sprookjes ophangen. Laat ik even opnieuw beginnen.
Ik dacht dat ik het allemaal wel aan kon. Dat ik die drempel gewoon over moest. Maar iets hield me tegen. Misschien onzekerheid. Misschien schaamte. Misschien het stigma dat nog aan me kleefde na mijn opname in de GGZ instelling – een periode die eindigde na een suïcidepoging.
De ruimte oogde industrieel, maar voelde toch huiselijk. Kale betonnen pilaren, kamerhoge ruiten. Een begane‑grondruimte die eerder leek op de achtste verdieping van een corporate toren. Het uitzicht was niet bijzonder. De glasgordijnen wagenwijd open… en dat maakte me nerveus. Ik zag mezelf al van buitenaf staan: onwennig, zichtbaar, kwetsbaar.
Het is bijna ironisch hoe ze dit als “laagdrempelig steunpunt” bestempelen. Maar die beleving zal voor iedereen die de kracht vindt deze drempel over te stappen, anders zijn.
Ik werd vriendelijk ontvangen, kreeg koffie aangeboden… koekje erbij. Terwijl ik in gesprek met een medewerker de tijd zowat vergat, verdwenen de schimmen van de mensen aan de lange tafel uit het zicht. Ze werden ruis in een situatie waar ik normaliter me heel bewust zou zijn van mijn omgeving en zeker met mensen in de buurt. Na dat gesprek ben ik weer huiswaarts gegaan, en in de weken erna had ik mezelf een routine opgelegd om minimaal twee keer in de week die inlooplocatie te bezoeken… wat niet altijd makkelijk was, maar waarvan ik wel wist dat het nodig was voor mezelf om los te breken uit de vereenzaming en sociale isolatie waarin ik me bevond.
Dat was de plek waar mijn POH (Praktijk Ondersteuner van de Huisarts) me naartoe had gestuurd.
En niet lang daarna kon ik makkelijk zeggen dat ze daar goed aan had gedaan.
De groep bezoekers was een bont verzameling van individuen. Elk met een eigen verhaal… elk in hun eigen proces, maar allemaal op zoek naar iets. Bioloog/schrijver Patrick van Veen beschreef het mooi in één van zijn boeken, waarin hij aangeeft dat we allemaal sociale wezens zijn en van nature instinctief op zoek zijn naar aandacht, begrip en steun van elkaar.
Terwijl ik nu zo deze eerste tekst aan het schrijven ben, merk ik dat ik eindeloos kan schrijven over die tijd, hoe het voelde, wat het met me deed, hoe ik daar langzaam weer mens werd. Maar ik moet mezelf eraan herinneren dat ik onderweg ben naar iets anders. Naar deze website. Naar waarom Mensentaal bestaat. Naar wat ik ermee wil doen.
Maar ik ben mezelf zo aan het verliezen in de details van mijn verhaal. Als ik op dit tempo doorga, kan ik er twintig posts aan wijden. En misschien doe ik dat ooit nog. Maar niet nu.
Nu wil ik alleen de contouren schetsen. De reden waarom ik hier begonnen ben te schrijven. De rest komt later wel, als het erom vraagt.
Toen ik een keer op diezelfde locatie, waarvan het inmiddels voelde dat het mijn “thuis” was geworden, een potlood en papier in m’n handen had, tekende ik een karikatuur van één van mijn mede-bezoekers. Dit was het moment dat de medewerkers daar potentie in mij begonnen te zien.
Ik werd gevraagd losse teken-activiteiten te begeleiden.
Maar dat was eng! … “Dat kan ik nooit!”, hoor ik mezelf nog denken. Wat ik werkelijk bedoelde was; “Dat gun ik mezelf niet!”
Die betreffende medewerker was zeer bekwaam en wist me met de juiste argumenten toch over te halen.
Ik ging “tekenles” geven op 3 inlooplocaties in de provincie. Er werden zelfs speciale flyers voor gedrukt.
Vanaf dat moment wérd ik gezien als iemand die creatief was, en ook de persoon die kon tekenen… Althans, zo dachten anderen daarover.
Alan Alda schreef ooit dat creativiteit een plek is waar nog nooit iemand is geweest, en dat je er alleen komt door risico’s te nemen en niet precies te weten wat je doet.
Ik hoor jou nu bijna denken; “Maar Toby, wat hebben die tekenlessen te maken met het schrijven van deze blog?”
Dat ga ik je haarfijn uitleggen…
Inmiddels heeft mijn ontwikkeling al een flinke transformatie ondergaan. Ik sta op het punt om het tweede jaar van de opleiding ‘Kunstzinnig Dynamisch Coachen’ aan De Kleine Tiki in Breda af te ronden. De afgelopen twee schooljaren daar waren een intuïtief avontuur, een zoektocht naar mezelf en een spiegel naar de persoon die ik wil zijn. En ik ben nog niet klaar! Mijn reis gaat verder. Er zijn nog steeds mensen die in mij geloven en me aan alle kanten steunen.
Maar er is ook nog steeds die andere kant, de Toby die ik ben als ik thuis zit… nog steeds zonder eigen sociaal netwerk los van werk.
Het alleen zijn is steeds minder een donker gat, maar ik heb gemerkt dat ik zo nu en dan mezelf verlies in activiteiten die eerder voelen als ‘tijdverdrijf‘ en ‘vluchten van verantwoordelijkheden‘ (zoals huishouden en dergelijken). Ik heb daar lang over nagedacht en heb besloten, net als toen ik naar die inloop ging voor de eerste keer, dat ik nu ook weer actie zal moeten ondernemen om dit patroon, welke ik zelf niet erg waardeer, een andere invulling te geven.
Ik ga dit doen door te schrijven.
Ik ben altijd een denker geweest, een piekeraar. Ik beschouw mezelf ook niet een schrijver in de conventionele zin van het woord.
Ik ben geen schrijver die denkt; ik ben een denker die nu eindelijk begint te schrijven. Ik weet niet precies waar dit heen gaat, maar ik voel dat ik het moet doen. En wat ik onderweg ontdek, is niet alleen taal… het is mezelf.
Ik schrijf vanuit mijn eigen ik… Ik schrijf in mijn “Mensentaal“
Welkom iedereen!
Voel je vrij om even te blijven…
Groet… Toby
